Declaratie Aanvragen

Vraag een declaratie aan voor je activiteiten binnen het FutureMakersNH programma. Hier vind je alle informatie over het declaratieproces.

 

Direct declareren kan via hier: Afas Outsite

Tarieven & Voorwaarden

Interne declaraties

€63 per uur voor interne FutureMakersNH declaraties

Externe inhuur

max €135 per uur inclusief BTW voor externe inhuur

Wat kun je declareren?

Personeel

Uitgesplitst in taken en rollen met het juiste tarief

Materiaal

Benodigde materialen voor activiteiten en projecten

Communicatie & PR

Communicatiekosten en overige projectkosten

Let op: Cofinanciering Vereist

De subsidie dekt 80% van de kosten. De overige 20% is cofinanciering, waarvan minimaal 10% vanuit het bedrijfsleven moet komen.

Als in de aanvraag meer dan 20% cofinanciering is begroot, is realisatie dan verplicht?
Nee, de verplichting is een minimale cofinanciering van 20% waarbij minimaal 10% afkomstig is van het bedrijfsleven. Indien u meer cofinanciering heeft begroot, bent u niet verplicht deze ook te realiseren.

Declaratieproces via Afas Outsite

1

Goedkeuring Leerecoplan

Na goedkeuring wordt budget gereserveerd voor jullie aangevraagde plan.

2

Toegang Afas Outsite

Je krijgt toegang tot het declaratiesysteem via je FutureMakersNH mailadres.

3

Declaratie Indienen

Dien declaraties in via Afas Outsite met alle benodigde bewijsstukken. Klik hier

4

Uitbetaling

Na goedkeuring wordt het gedeclareerde bedrag uitbetaald.

Declaratie aanvragen

Heb je vragen over het declaratieproces of wil je een declaratie indienen? Neem contact op met het kernteam voor ondersteuning.

Stuur een mail naar regieleerteam@futuremakersnh.nl

Tips voor een succesvolle declaratie

1

Bewaar alle facturen en bonnen zorgvuldig

2

Splits personeel uit in duidelijke taken en rollen

3

Zorg dat bewijsstukken compleet zijn

4

Houd je aan de maximale tarieven

5

Dien declaraties tijdig in

6

Neem bij twijfel contact op met je coach

Wat is de definitie van cofinanciering binnen deze regeling?

Om te verzekeren dat wordt voortgebouwd op en samengewerkt met zowel publieke als private initiatieven en partners buiten de school is er een verplichte cofinanciering van 20%, waarbij minimaal 10% van het geheel afkomstig moet zijn van het bedrijfsleven. Dit betekent dat de regio kan besluiten een deel van de subsidiabele kosten of activiteiten niet op te voeren, maar te financieren via andere middelen. In het activiteitenplan moet duidelijk worden aangegeven welk deel voor subsidie wordt aangevraagd en welk deel als cofinanciering wordt ingebracht.

Penvoerder van een aanvraag neemt verantwoordelijkheid om gedurende de looptijd van de subsidie de voorgenomen cofinanciering in te vullen. De systematiek kent grote overlap met hoe dit bij STO gebeurt. Voorbeelden van cofinanciering zijn het vrijmaken van FTE’s, het benutten van educatieve programma’s van musea en bibliotheken (op bijvoorbeeld cultuur, natuur, lezen, digitale geletterdheid), en gastlessen of vervoerskosten vanuit het bedrijfsleven.

Voorbeelden van cofinanciering:

  • FTE’s die po- en vo-scholen vrij gaan maken voor de uitvoer van het activiteitenplan (betaald vanuit de lumpsum);

  • Outreach activiteiten en onderzoek door universiteiten en hogescholen gericht op technologieonderwijs (regionale vo-ho netwerken);

  • Programma’s van regionale expertisecentra zoals KWTO en TechYourFuture;

  • Educatieve programma’s van musea, bibliotheken, science centers op het gebied van technologie-onderwijs in de context van bijvoorbeeld natuur, cultuur, maakonderwijs of wetenschap;

  • Bijdrage in uren van vrijwilligers in bijvoorbeeld bèta Olympiades en Vakkanjers;

  • Activiteiten en onderwijsaanbod gericht op technolgieonderwijs van lerarenopleidingen;

  • Initiatieven gericht op technologieonderwijs vanuit regionale netwerken van de vakverenigingen;

  • Bijdrage voor Technasium;

  • Middelen uit de Regiodeals (als het gaat om activiteiten voor talent en po/vo);

  • Activiteiten gericht op technologieonderwijs vanuit de sociale agenda’s van provincies en gemeentes waar die inzetten op jonge kind, kansengelijkheid, inclusie;

  • Activiteiten vanuit de educatieve agenda’s van provincies en gemeentes;

  • Activiteiten van Integrale Kind Centra;

  • Provinciale investeringen op het gebied van technologie;

Voorbeelden van cofinanciering in de vorm van private middelen (georganiseerd) bedrijfsleven zijn:

  • Gastlessen gericht op technologie gegeven door mensen uit het bedrijfsleven;

  • Bedrijven die uren en mankracht inzetten om mee te denken over beter technologieonderwijs;

  • Het bedrijfsleven helpt mee technologie opdrachten te ontwikkelen voor in de klas;

  • Het schenken van materialen of apparatuur;

  • Ruimtes beschikbaar stellen voor evenementen gericht op technologie;

  • Mee organiseren van evenementen;

  • Stages of meeloopdagen bij bedrijven gericht op technologie organiseren buiten het reguliere curriculum om.